Onrustig is ons hart
Niek Tramper
ISBN 978-90-8897-311-6
Uitgever: Groen Heerenveen, onderdeel van Royal Jongbloed Publishing
Jaar van uitgifte: 2021
Aantal pagina’s: 175.
Ik kreeg dit boek van mijn zus en heb het met veel plezier gelezen. Het boek bestaat uit drie delen en twaalf hoofdstukken. In de proloog stelt de schrijver o.a.:
- “De kleine, intieme, eeuwenoude samenleving van het dorp is voorgoed verleden tijd. Wij wonen in een ‘global village’.” (pagina 9).
- “Wat we gewonnen hebben in een halve eeuw is gemakkelijk te omschrijven in termen van economische winst, efficiëntie, productiviteit, welvaart en gezondheid. Wat we verloren hebben is lastiger in kaart te brengen.” (ook pagina 9).
De schrijver wijst erop dat onze cultuur goed georganiseerd is, maar ook zonder hart, gratie of rust. Als oorzaken van rusteloosheid noemt hij:
- De angst om iets te missen.
- We willen teveel tegelijk.
- Chronologische tijdsbeleving.
- Vaste ritmes en rituelen onder druk.
- Optimaliseringsdrang.
Hij wijst erop dat we vroeger moe werden van werken, nu in je werk door een continu gevoel van gejaagdheid.
p.31: “Het eeuwenoude mozaïek maakte plaatst voor grote monoculturen met groeiende opbrengsten.” Het rendementsdenken leidde tot schaalvergroting en maakte het land los van zijn geschiedenis en de mensen los uit een evenwicht van werken en rusten.
Tramper duidt dat we er als mensen niet gemaakt zijn om een gejaagd leven te leiden. Er wordt tegenwoordig veel meer van ons gevraagd dan vijftig jaar geleden. Hoe daaraan te ontsnappen, zodat je tijd overhoudt voor waarden als creativiteit en dankbaarheid?
De technologische speeltjes mobieltjes en laptops stellen ons meer met elkaar in verbinding, maar maken ons tegelijk juist eenzamer.
Vroeger dacht men niet sterk dat het bestaan maakbaar was. Nu wel, en dat geeft veel onrust. Onze grootouders ervoeren veel minder geestelijke en mentale druk. Kijk eens naar je tijdsbesteding: wat vraagt meeste tijd en aandacht? Dat toont waar je grootste schat ligt…
p.77: “Voor aandachtig leven is vertraging nodig.” Een tijd om je te verwonderen, te genieten.
De auteur wijst op Jezus en hoe Hij met tijd omging:
- Hij wachtte op Gods tijd. Op pagina 82 stelt Tramper het als volgt: “Als je altijd voorrang geeft aan wat urgent is, kom je niet toe aan wat belangrijk is.”
- Jezus nam de tijd voor ontmoetingen.
- Jezus liet zich ophouden
- Hij nam tijd om alleen te zijn.
p88: Probeer minder een wereldveranderaar te zijn: “we hoeven het gewicht van de tijd niet te dragen, niet te voldoen aan alle eisen. Laat het Hem dragen die het kan, die de meester van de tijd is.” Later in het boek stelt hij dat ideaalbeelden mensen (te)veeleisend maken.
Het is een kunst om te stoppen. Het werk verbetert als het er soms niet is. Op pagina 92 staat deze mooie quote van Benedictus van Nursia: “Je hebt veel genade nodig om met een werk te kunnen beginnen, maar nog meer genade heb je nodig om met werk te kunnen stoppen.”
We zijn huurders van de aarde en medewerkers van de Schepper. De Sabbat betekent letterlijk ‘ophouden’. Een wekelijkse rustdag maakt ruimte voor de verbondenheid met de Schepper en Zijn schepping. Tramper roept op om op de rustdag alleen dingen te doen die je ziel voeden. Wat later in het boek wijst hij erop dat de aarde onze oorsprong is en we deze niet mogen uitbuiten en vernielen. Of in de woorden van Luther: “God schiep wat waard is bemind te worden.”
Op pagina 95 schrijft hij over de (af)goden van deze tijd: de god Haast; de god Perfectie, de godin Reputatie, de godin Consumptie, de godin Vrijheid en de god Werk. En één van de grootste dwingelanden: de god Zelf. De mens is tegenwoordig ten diepste zijn eigen slavendrijver geworden.
Neem juist de tijd en rust uit om ook te kunnen luisteren en te ontvangen. Zoek bewust de stilte op, de afzondering, want dat brengt vaak belangrijke vruchten voort. Dit kan bijvoorbeeld op de Wittenberg. Zoek naar “kleine oases van rust in een gejaagde wereld.”
In de epiloog wijst hij op de kwetsbaarheid van het leven. Het leven is altijd ‘on the edge.’ Schepsel zijn betekent ervan bewust zijn dat dit leven vergankelijk en kwetsbaar is. “We zijn zelf de tijd die voorbijgaat.” We zijn op doorreis en mogen uitkijken naar en werken aan herstel. We mogen hoopvol zijn. Hij stelt op pagina 158: “Hoop is als een ster die altijd schijnt, maar die je pas gaat zien als het donker wordt.”
Het boek eindigt met elf pagina’s aan interessante noten, waaronder Noot 106 p. 172: ‘De mens is tot op heden een onvoorstelbaar slechte beheerder van de aarde geweest.’
Ds. Tramper is in september overleden. Gelukkig leeft zijn wijsheid voort in o.m. boeken als deze.
Interesse? U kunt een online leesfragment vinden via deze link.
