Recensie Boerenleven van James Rebanks, 2020
Uitgever: Hollands Diep, een imprint van Overamstel Uitgevers BV.
ISBN: 978 90 488 6125 5
269 pagina’s.
Vooraf: cursieve tekst heeft betrekking op ervaringen van mijzelf, Geert Jan Prins.
Een prachtig boek om te lezen, juist ook omdat het geschreven is door een boeren dus een agrarische ‘insider’. Hij schetst in het boek een eerlijke blik op de ontwikkeling van de landbouw in Engeland. Zo schrijft hij op pagina 22 en 23 van het boek:
“De oude agrarische landschappen en de wilde dieren die erin leefden zijn bijna geheel verdwenen, vervangen door een industrieel agrarisch systeem dat in schaal, snelheid en macht onvergelijkbaar is met alles wat ervoor kwam. Dit nieuwe boeren blijkt zowel productief briljant als ecologisch rampzalig te zijn.”
Zijn grootvader is zijn voorbeeld, ook vanwege de eenvoudige manier waarop hij leefde. Ik herken dat nog in mensen van vroeger (van ‘vrogger’ zeggen ze hier op de Noord-Veluwe) die met weinig genoeg hadden. Als je hun huizen binnenkwam, was het soms net of je een museum instapte en daar was niets mis mee. Het had juist veel schoonheid.
Door chemici, machinemakers, handelsagenten en landbouwvoorlichters kwam er een proces tot stand waarbij de grote moderne bedrijven de kleinere boerenfamiliebedrijven opslokten. De kleine boeren volgden het lot van de mijnbouwers. De boerderijen zagen er in de tijd steeds meer uit als efficiënte bedrijfsterreinen. “Boerderijen begonnen machines te worden” (pagina 129). Het intensiveringsproces is in de tijd niet afgeremd, maar versnelt.
Het heeft veel productie gebracht, maar het kwam ook met een prijs. Zo is na de Tweede Wereldoorlog meer dan de helft van de hagen in Groot-Brittannië verdwenen. Ook het ambachtelijke en gemengde van het boerenbedrijf is grotendeels verdwenen. Als ik hierover praat met boeren uit de buurt, hier op de Noord-Veluwe, pareren ze vaak met de stelling: “Je wilt toch niet terug naar het Ot- en Sien-landschap?” Dat lijkt me inderdaad niet realistisch, maar dat betekent niet dat we het verlies van de agrarische industrialisatie niet mogen duiden of willen keren. Op pagina 138 omschrijft hij het als volgt: “..in plaats van een oud lappendekenlandschap, vol werkende mensen, diverse boerderijdieren en gewassen, en talloze wilde dieren die daar hun habitat hadden, was een karakterlozer, kaler, simpeler, onnatuurlijk en ontvolkt landschap gekomen.”
De auteur wijst op verschillende andere soorten verlies, zoals de kwaliteit van de bodems, het verlies aan leven op het platteland buiten mensen en vee om. Vaak gaat dat verlies geleidelijk en is het moeilijk die onbedoelde gevolgen te zien. Maar ze zijn er wel. Zo is in de gemeente Oldebroek zowel de Patrijs als Kemphaan als broedvogel verdwenen. En het lijkt er sterk op dat de Wulp de volgende is. Een sociaal verlies is het verdwijnen van boerenfamiliebedrijven in de tijd. Dat tast gemeenschappen aan. Hoe lang zou bijvoorbeeld de lagere school op Noordeinde, gemeente Oldebroek, open kunnen blijven als de trend van intensivering voortzet?
Hoe de boeren werken, werkt direct door op het landschap en de natuur. Ja, de natuur op boerderijen waren altijd al cultuurvolgers. De boer krijgt het landschap en de natuur die hij/ zij zaait. Zijn kritiek op de industriële landbouw komt krachtig samen op pagina 169: “Het nieuwe superindustriële boeren is niet duurzaam – het is de meest destructieve vorm van boeren op aarde, zowel ecologisch als klimatologisch gezien. Het lijkt er sterk op dat het niet lang meer kan standhouden, omdat het natuurlijke bronnen verspilt en de bodem verwoest en verpest.” Hij roept op een meer holistische manier van boeren te hanteren, niet steeds van het ene naar het andere thema te hoppen, maar toe te werken naar een integrale aanpak en wel meteen, want de tijd dringt. Ik moest hierbij denken aan alle aandacht voor stikstof in Nederland. Dat is een dimensie van een veel groter vraagstuk, namelijk de integrale (holistische) verduurzaming van de landbouw.
Op pagina 191 stelt hij: “Er is een oude wijsheid die zegt dat we moeten boeren alsof we nog duizend jaar te leven hebben.” Hij roept op om het boeren en de natuur weer bij elkaar te brengen en te stoppen met het verder uit elkaar drijven van de twee. In Nederland zie je vaak dat het opkomen voor de natuur polariserend wordt weggezet als ‘links’ en het opkomen voor de boeren als ‘rechts.’ Het een gaat evenwel niet zonder het andere: het zijn twee kanten van dezelfde munt en laat die polariserende krachten maar op de randen van de munt, of beter nog op X, blijven. Zijn voorstel, pagina 194: mobiliseer boeren en andere plattelanders om te werken met wat rest van hun oude beheercultuur, en te “appelleren aan hun liefde voor en trots op hun land.”
Hij heeft zijn eigen boerderij aangepast aan zijn denken waarbij hij streeft naar een levende bodem, terugkeer naar gemengde landbouw en veeteelt. Hij gebruikt klaver en peulvruchten om de bodem te verrijken en geen kunstmest en hij plant wilgen, elzen en hazelaars op de rivieroevers op zijn land. Hij is tot het inzicht gekomen dat de kunstmest, medicijnen, pesticiden, brandstoffen, voer, trekkers en machines juist de dingen zijn die de schade aan hebben gericht. In de afgelopen vijftig jaar zijn de meeste boeren verworden tot producenten van goedkoop voedsel waarbij banken, supermarkten en de agribusiness de controle hebben. In mijn eigen woorden: boeren zijn van ondernemers verworden tot uitvoerders met (zeer) beperkte invloed op de markt.
Zijn ommekeer brengt wel offers met zich mee. Of zoals hij op pagina 242 schrijft: “Als het verleden zo gemakkelijk was geweest, waren we er niet zo gretig vanaf gestapt.” Toch zet hij door, ook al moet hij bijverdienen buiten de boerderijactiviteiten om. Hij pleit voor een nieuw sociaal contract dat het boerenbedrijf en de ecologie samenbrengt.
Op pagina 261 schrijft hij: “Met schoonheid betaal je natuurlijk geen rekeningen. Schoonheid alleen is niet genoeg, maar ze maakt het leven beter.” Hij ziet zijn inspanningen als zijn erfenis voor zijn kinderen. Als zijn liefde voor hen. Ik zou daaraan willen toevoegen: en duidelijk ook zijn liefde voor zijn voorouders, de natuur, de omgeving en het land. Mooi ook dat het lezen van Rachel Carson’s Stille Lente voor hem de bevestiging vormde om de bedrijfsvoering om te gooien.
Ik heb niet vaak dat ik zoveel arceer in een boek. Ik kan het boek een ieder van harte aanbevelen.
En mochten er nu ook van dit soort boeren bij u in de buurt zijn: koop dan bij hen. Ze zijn het schoon waard.
