Klimaatsignaal 2021 van KNMI

Posted on 29 oktober 2021 · Posted in Artikelen

Notities Geert Jan Prins, Will2Sustain, gemaakt op 26-10-2021

Videopresentatie: https://www.youtube.com/watch?v=W6hZX3Ff4lo

  • Gerard Steenhoven refereert aan valregens Leersum en ramp overstromingen Zuid Limburg.
  • Kennis over klimaat ontwikkelt zich heel snel.

Rob van Dorland, inhoudelijk projectleider klimaatsignaal 2021

  • Refereert aan IPCC rapport augustus 2021 en aan eerdere KNMI studies.
  • Er is een infographic in het rapport, soort samenvatting
  • Hoofdconclusies IPCC rapport: we hebben nog 10 jaar de tijd om te veranderen, rond 2030 komen we op 1,5 graden Celsius opwarming, het kost tijd voor mitigatiemaatregelen om effect hebben.
  • Aan einde eeuw 1,2 meter zeespiegelstijging bij hoogste scenario.
  • Jaarlijkse neerslag, zonnekracht e.d. toegenomen in Nederland in laatste 30 jaar.
  • Zwaarste buien nemen qua kracht toe. Risico van valwinden neemt toe.
  • Door verhoging zeewatertemperatuur komen er meer orkanen met meer kracht.
  • Arctisch gebied warmt drie keer zo snel op dan rest wereld.

Overige onderdelen van bijeenkomst

  • 17 meter zeespiegelverhoging in 2300: “einde der koninkrijk der Nederlanden”
  • Klimaatverandering is al onder ons. Het is niet iets voor onze kinderen, maar voor nu.
  • “De klimaatcrisis is bij ons.” Zegt de staatssecretaris.
  • We zien al effecten van klimaatverandering, bijv. hittesterfte. Verwachting dat er meer allergieën zullen komen, ook meer huidkanker.
  • In ontwikkelingslanden zijn ze veel kwetsbaarder voor gevolgen klimaatverandering.
  • Hitte beïnvloedt ook leervermogen. Want met warm weer kun je minder leren.
  • “De herfst is laat dit jaar.” Is ook een teken van klimaatverandering. Droogte en bosbranden zullen frequenter worden. Meer naar zuiden in Europa worden lentes steeds droger.
  • Groeiseizoen verlengt. We krijgen nieuwe soorten.
  • We moeten steden vergroenen ook door hittestress. Westnijl virus.
  • Invloed zee, hoog water, wordt sterker.
  • “We moeten naar handelingsbereidheid toe willen.”

Het rapport zelf: Bron: KNMI 2021: KNMI Klimaatsignaal’21: hoe het klimaat in Nederland snel verandert, KNMI, De Bilt, 72 pp.

  • In Nederland is sinds 1901 de temperatuur ongeveer tweemaal zo snel gestegen als het wereldgemiddelde. De jaargemiddelde temperatuur in Nederland neemt sinds de jaren 70 toe met ruim 0,4°C per tien jaar.
  • In de periode 1906-2020 is de jaarlijkse neerslag met 21% toegenomen.
  • De jaargemiddelde inkomende zonnestraling neemt toe sinds de jaren 90, met 3% per tien jaar.
  • Het maximale neerslagtekort in het groeiseizoen is in de periode 1991-2020 toegenomen met ruim 8% per tien jaar
  • De belangrijkste conclusies van het IPCC zijn dat de opwarming van het klimaat door de menselijke invloed een vaststaand feit is en dat zich op grote schaal een snelle klimaatverandering heeft voltrokken. De wereldgemiddelde temperatuur (over land en zee) is in de periode 2011-2020 met 1,1°C gestegen ten opzichte van het gemiddelde over de periode 1850-1900. In 2020 is de temperatuurstijging opgelopen tot 1,2°C.
  • De stijging van de concentraties broeikasgassen CO2, methaan en lachgas sinds 1750 zijn onmiskenbaar veroorzaakt door de mens.
  • Meer dan 90% van de extra energie in het klimaatsysteem als gevolg van de stijging van broeikasgassen wordt opgeslagen in de oceaan.
  • Het massaverlies van de ijskappen van Antarctica en Groenland en van gletsjers gaat onverminderd door.
  • De waargenomen sterke opwarming in de winter in Noord-Europa en in de zomer in Zuid-Europa zet zeer waarschijnlijk door.
  • De zeespiegel is wereldgemiddeld van 1901 tot 2018 met ongeveer 20 centimeter gestegen. Deze stijging gaat steeds sneller; tussen 2006 en 2018 met 3,7 mm per jaar. De zeespiegel is wereldgemiddeld tussen 1901 en 2018 met ongeveer 20 cm gestegen, met een zeer waarschijnlijke bandbreedte van 15 tot 25 cm
  • Vergeleken met de periode 1992-2001 was het massaverlies van de Groenlandse ijskap tussen 2009 en 2018 zeven keer zo groot en van de Antarctische IJskap meer dan vier keer zo groot.
  • Rond 2300 zal de zeespiegel wereldgemiddeld in het lage uitstoot-scenario (SSP1-2.6) tussen de 0,3 en 3 meter zijn gestegen en 1,5-7 meter in een scenario waarin de uitstoot onverminderd doorgaat (SSP5-8.5). Als we processen meenemen die we nog niet goed kunnen kwantificeren, kan dat zelfs 16 meter wereldgemiddeld en voor Nederland 17 meter worden.
  • In het Arctische gebied stijgt de temperatuur twee tot drie keer zo snel als het mondiale gemiddelde.
  • Het Arctische gebied is de laatste 40 jaar gemiddeld 2°C opgewarmd, met regionale uitschieters naar 6°C (Spitsbergen).
  • Het Arctische gebied herbergt vele gletsjers, alsmede de Groenlandse IJskap – een van de twee grote ijskappen op aarde. Als de Groenlandse IJskap volledig wegsmelt, dan zou de mondiale zeespiegel met zo’n 7 meter stijgen.
  • De toendra wordt natter en vergroent, en sneeuw smelt in de lente eerder weg. Hierdoor verandert de habitat van vele planten- en diersoorten, die noordwaarts zullen moeten trekken of verdwijnen. Ook staan migratiepatronen en broedgedrag van bijvoorbeeld Arctische trekvogels onder druk.
  • Schattingen geven aan dat het permafrost-oppervlak in de afgelopen eeuw met ongeveer 15% is afgenomen. Afhankelijk van de sterkte van de toekomstige opwarming zal volgens klimaatmodellen uiteindelijk nog eens 40-75% verdwijnen.
  • De totale hoeveelheid koolstof opgeslagen in permafrost bedraagt ongeveer 5000 gigaton CO2, honderd keer de huidige jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen door de mens.
  • De toename van de absolute hoeveelheid vocht in de atmosfeer bij opwarming is de belangrijkste reden dat neerslagextremen toenemen.
  • Opvallend is de grote toename na 2000 van zeer zware extremen, met neerslaghoeveelheden boven de 40-50 mm per uur.
  • In het huidige klimaat van Nederland zien we dat warmere en vochtigere condities leiden tot grotere buiencomplexen. De toename van temperatuur en vocht leidt ertoe dat in de toekomst zware buien potentieel sneller kunnen uitgroeien tot complexen die gepaard gaan met onweer, hagel en windstoten.
  • Zowel de neerslag als de potentiële verdamping is de afgelopen eeuw toegenomen.
  • De nieuwe generatie mondiale klimaatmodellen (CMIP6) laat voor alle emissiescenario’s een kleine toename van de zomerneerslag in Noord-Europa (Scandinavië) zien en een sterke afname in het Middellandse Zeegebied.
  • Louter op grond van veranderingen in deze neerslag-indicatoren zullen de kansen op hoog- en laagwater beide toenemen; voor de laagwaterkans lijkt die toename al sinds 1950 te spelen.

Gehele rapport te downloaden via deze link: https://cdn.knmi.nl/knmi/asc/klimaatsignaal21/KNMI_Klimaatsignaal21.pdf

Korte videosamenvatting: https://youtu.be/W4UfuJPP1OQ